Waarom we bij stadsontwikkeling meer moeten experimenteren

Waarom we bij stadsontwikkeling meer moeten experimenteren

Stadsontwikkeling beïnvloedt het dagdagelijks leven van stadsbewoners en passanten. De herinrichting van een buurt bevordert of verhindert sociaal contact, het bepaalt mee voor welk vervoersmiddel we kiezen en maakt dat we ons veilig voelen of net niet. Maar hoe weten we op voorhand of het ruimtelijk ontwerp het gedrag van mensen op de gewenste manier stuurt?

 

Ruimtelijk ontwerp beïnvloedt ons gedrag en daarmee onze levens

“There is no doubt whatsoever about the influence of architecture and structure upon human character and action. We make our buildings and afterwards they make us. They regulate the course of our lives.” Deze quote van de Britse staatsman Winston Churchill voor de ‘English Architectural Association’ gaat evenzeer op voor ruimtelijk ontwerp.

Ontwerpers verstaan de kunst om met enkele schetsen buurten te herscheppen, barrières op te heffen, ruimte te creëren voor ontmoeting en zo veel meer. Daarmee beïnvloeden ze mensen in hun gedrag. Die keuzes bevorderen of verhinderen ontmoeting in de publieke ruimte, het gebruik van de fiets, de zelfstandigheid van kinderen en senioren, … Ruimtelijk ontwerp gaat inherent over samenleven en de inrichting van onze maatschappij. Het raakt immers verschillende aspecten van de stad en onze levens: samenleven (in de wijk), mobiliteit, ontmoetingsruimte in de buurt, kinderen opvoeden tot burgers, zorgen voor onze senioren, economische noden, ecologische doelstellingen, …

 

Ontwerp vraagt een ‘user centered’ benadering

Dat alles met elkaar verzoenen is geen sinecure. Toch is dat een opgave die nog vaak van de ontwerper wordt gevraagd. Dat heeft veel te maken met de toenemende professionalisering van stadsontwerp in de loop van de 20e eeuw. Stadsplanning kende daardoor een meer technocratische aanpak die ontwerpers centraal in het beslissingsproces bracht. En daarmee hun grote invloed op het gedrag van mensen.

Maar als ruimtelijk ontwerp ‘au fond’ over het wel en wee van mensen gaat, is het vreemd dat het vertrekpunt daarvan het ontwerp is en niet de mens. Ontwerp vraagt een ‘user centered’ benadering. En daarvoor is kennis van noden, wensen en gedrag van de gebruiker nodig. M.a.w.: om het gedrag van mensen te beïnvloeden door ontwerp, moeten mensen eerst het ontwerp beïnvloeden.

Om het gedrag van mensen te beïnvloeden door ontwerp, moeten mensen eerst het ontwerp beïnvloeden.

 

Expertise van bewoners en gebruikers

Gelukkig maakt participatie ondertussen standaard onderdeel van vele ruimtelijke projecten. Het is voor ontwerpers en architecten een beproefde manier om de kennis van bewoners en gebruikers te benutten en hun noden en wensen te leren kennen.

Een cocreatie- of participatietraject geeft de ontwerper extra inzicht in hoe hij of zij een plek moet inrichten. Met die kennis kan de ontwerper het gedrag van stadsbewoners en -bezoekers sturen en hen een betere beleving bieden. Cocreatie leert de ontwerper wat mensen motiveert om een bepaald gedrag te vertonen. Het ontwerp maakt het mogelijk.

 

We doen lang niet altijd wat we zeggen dat we zullen doen

Jammer genoeg is het menselijk gedrag te onvoorspelbaar om enkel af te gaan op input en feedback van respondenten van een participatietraject. In werkelijkheid benutten ze een plek toch anders dan ze hadden aangegeven of nemen ze voor een korte afstand toch de wagen in plaats van te kiezen voor wandelen of fietsen. Er zijn valkuilen genoeg: de input van de respondenten geldt misschien alleen voor henzelf of hun peers en niet voor stakeholders die niet hebben deelgenomen aan het traject; respondenten geven sociaal wenselijke antwoorden of worden onbewust beïnvloed door vrienden, kennissen en familie; ingesleten gedrag lijkt toch hardnekkiger dan gedacht, …

Dat is ook niet verwonderlijk. Gedragsexpert B.J. Fogg stelt dat motivatie om iets te doen en daartoe in staat zijn (bv. doordat de inrichting van de publieke ruimte dat makkelijk maakt) niet voldoende is voor gedragsverandering. Mensen hebben een trigger nodig. Fogg identificeert drie soorten triggers: een motiverende boodschap (spark), een boodschap die belooft dat het gedrag makkelijk uit te voeren is (facilitator) en reminders (signals). Ook Fran Bambust, bedenker van het 7E-model voor gedragsverandering, hecht groot belang aan motiveren en ondersteunen. De belangrijkste hefboom tot een duurzame gedragsverandering, is echter het beleven van het gewenste gedrag.

 

Observeren, prototypen en testen

Naast overleg binnen een cocreatietraject is er daarom ook nood aan het observeren en in kaart brengen van het daadwerkelijke gedrag van mensen. De niet-lineaire en experimentele werkwijze van Design Thinking is daarvoor uiterst geschikt. Een Design Thinkingproces bestaat uit ‘need finding’ (het probleem definiëren door observatie) voor het doel bepaald wordt, ideation (ideeën bedenken via brainstorming, bv. tijdens het cocreatietraject) en prototyping en testen van ideeën.

Door observatie neem je als ontwerper waar of je de juiste ‘triggers’ hebt voorzien en gebruikers van een plek het gewenste gedrag vertonen. Is dat niet het geval, dan laat Design Thinking toe om nieuwe prototypes of ideeën te bedenken of waar nodig na te gaan of de vooropgestelde doelstelling van het ontwerp wel de juiste is.

Ook de overheid heeft haar rol

Design Thinking biedt vele mogelijkheden om inzicht te krijgen in het gedrag van mensen en het te beïnvloeden. Maar we mogen niet alle verantwoordelijkheid bij de ontwerper leggen. Ruimtelijk ontwerp is maar een van de middelen om een stad of buurt kwaliteitsvoller te maken. De overheid, vaak de opdrachtgever van de ontwerper, heeft zelf een grote rol. Haar flankerende maatregelen beïnvloeden evenzeer het gedrag van mensen, zowel in het projectgebied als ver er buiten. Dat kan gaan over het op tijd ophalen van vuilnis, fysieke barrières of mobiliteitsobstakels die kinderen beletten om een goed ontworpen speelplein te bereiken, de veiligheid in de buurt, het aanbod aan vervoersmodi, een buurtwerking, …

Ik pleit daarom ook om bij het maken van beleid, Design Thinking en gedragsinzichten toe te passen. Een goed beleid stelt de mens voorop.

Dit artikel is een samenvatting van mijn paper ‘Design Thinking als instrument voor betere beleidskeuzes en gedragsverandering in de publieke ruimte’ dat ik schreef als input voor de Plandag 2018: Gedrag()en Ruimte.

 

Wil je aan de slag met gedragsinzichten?

Andere artikels

En wat is jouw ‘waai’?

En wat is jouw ‘waai’?

In een kennismakingsgesprek kreeg ik van een andere ondernemer deze vraag voorgeschoteld. ‘Duurzaamheid’, antwoordde ik heel casual. Hij knikte begrijpend en we schakelden over op een ander onderwerp. Achteraf bedacht ik me dat dat wel het meest lullige antwoord was dat ik kon geven. Het was alsof ik koos voor nummer 48 van bij de afhaalchinees. Waar was de passie? De overtuiging?

Het was niet zo dat mijn gesprekspartner me niet had begrepen of meer uitleg behoefde. Ik vond het zélf maar een flauw antwoord. Mijn ‘waai’ is immers de reden waarom ik onderneem, de reden waarom ik op mijn veertigste mijn loopbaan drastisch heb bijgestuurd. Mijn ‘waai’ vertelt de samenleving waarin ik wil leven. En jij, als mogelijke klant of ondernemer waarmee ik samenwerk, hebt het recht dat te weten. So here it goes.

 

Alles terug op scherp

Ik heb altijd geloofd in de maakbaarheid van de mens, de kracht en creativiteit die we hebben om het voor onszelf en onze naasten beter te maken. Een boodschap, in zekere zin ook een opgave, die ik van mijn vader (arbeider op zijn twaalfde, migrant op zijn twintigste) heb meegekregen. 9 jaar terug werd alles terug scherper. Ik stond toen op het punt zelf papa te worden. Bijdragen aan een betere wereld was voor mij nog nooit zo betekenisvol geweest. In welke wereld zou mijn zoon opgroeien? In welke wereld wilde ik dat hij zou opgroeien? In welke wereld wordt hij misschien ooit vader?

 

Dit is waarom

Ik wens dat hij in een wereld opgroeit waarin hij zijn kracht en creativiteit kan ontplooien en tonen. Een wereld waarin ieder kind de beste kansen krijgt. Een omgeving waar het veilig en gezond is om op te groeien. Een omgeving waar hij gezonde lucht kan inademen, veilig tot bij zijn oma kan wandelen, tot bij zijn vriendjes kan fietsen of met buurjongens op straat kan spelen.

Ik geloof dat de stad die omgeving kan zijn. De stad kent heel veel opgaven, maar is vooral een plek waar zoveel oplossingen gevonden worden, kansen bestaan en mensen elkaar kunnen versterken. Het is het laboratorium voor de maakbaarheid van de samenleving.

 

Wellicht liep ik naast jou

Ik schrijf deze gedachten wanneer ik net terug ben van de klimaatbetoging in Brussel. Ik denk dat het de eerste betoging is waaraan ik ooit heb deelgenomen. Maar belangrijker: ik ben er naartoe gegaan met mijn zoon en omwille van mijn zoon. Het was een moment waarop ik hem kon vertellen wat ik voor hem wens. Het was ook een gebeurtenis waarop hij kon leren hoe je als burger jouw kracht en creativiteit kan benutten om jouw toekomst en die van anderen beter te maken.

Misschien liepen we in die betoging naast jou. Je bent misschien een van die tienduizenden ouders of grootouders die hetzelfde wensen voor hun (klein)kind. Daarom nodig ik jou uit om mee te bouwen aan die duurzame wereld en creatieve stad. Laten we dat samen doen, elk vanuit onze kracht en onze creativiteit.

Maken we samen de stad?

Andere artikels

Overheden hebben baat bij minder gravers en meer verbinders

Overheden hebben baat bij minder gravers en meer verbinders

Overheden en bedrijven voeren steeds vaker complexe projecten uit waarbij ze diverse interne en externe stakeholders willen betrekken. In mijn adviesopdrachten merk ik dat in de ‘denkfase’ van een nieuw project daarom een aantal teams vanuit verschillende disciplines meedenken aan een plan van aanpak. Maar in de ‘doe-fase’ plooit ieder team zich terug op zijn kerntaken en dreigt het ganse project terug te vallen op de dienst die de ‘lead’ heeft. Met het inzetten van minder ‘gravers’ en met meer verbinders, heeft de uitvoeringsfase van een multidisciplinair project meer kans op slagen.

 

You dig

In de western ‘The Good, the Bad and the Ugly’ zoeken Clint Eastwood en Eli Wallach naar een gestolen kist goud, begraven op een soldatenkerkhof. In een van de laatste scènes van de film, houdt Eastwood Wallach onder schot en zegt: ‘You see, in this world there’s two kinds of people, my friend. Those with loaded guns. And those who dig. You dig’.

Deze klassieke scène uit de cinema is een mooi metafoor voor de hiërarchische structuur van vele overheidsdiensten en bedrijven. Enkele personen hebben de leiding, al de anderen voeren uit. Het bevel ‘you dig’, vind ik ook zo treffend omdat de ‘uitvoerders’ vaak enkel dieper graven binnen hun materie en binnen de afbakening van hun bevoegdheid. Hiërarchische organisatiestructuren maken het moeilijk om opzij te kijken en verbinding te maken met de ‘gravers’ in andere kokers. Ze zetten daarmee ook een rem op innovatie.

 

De (in)efficiëntie van hiërarchie

Uiteraard hebben hiërarchische organisaties hun bestaansreden en nut. Al vroeg in onze menselijke geschiedenis moest er iemand beslissen wanneer er genoeg vruchten waren verzameld en het tijd was om te jagen. Iemand had de taak om de opbrengsten van de jacht te verdelen, ook onder de zwakkeren in de groep. In moderne organisaties moet er iemand zijn die beslist waarvoor het budget zal ingezet worden en wat de taakverdeling onder het personeel is.

Hiërarchie heeft ook zijn nadelen. Historisch ging dat vaak over de verkwisting van middelen om in de wensen van de man aan de top te voorzien of voor het tevreden houden van zijn medestanders. In een moderne organisatie gaat het om hoge kosten aan overhead, langdurige en ingewikkelde overlegprocessen met andere diensten, rapporteringen en weinig innovatie.

 

De ‘Midnight run’ van Paul Revere

In de nacht van 18 april 1775 vertrok de zilversmid Paul Revere uit Boston om in de omliggende dorpen het bericht te verspreiden dat het Britse leger op weg was om Samuel Adams en John Hancock, twee rebellenleiders van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, te arresteren. Revere legde slechts 13 mijl in de omtrek van Boston af. Tegen 5 uur ‘s ochtends was zijn bericht nochtans van mond-tot-mond 40 mijl verderop verspreid. Revere slaagde daarin omdat hij een ‘verbinder’ en een ‘maven’ (iemand die steeds op de proppen komt met nieuwe informatie) was. Ondanks dat het Boston van de 18e eeuw een hiërarchisch sociale structuur had, slaagde hij erin als ‘simpele’ ambachtsman om in verschillende sociale, professionele en economische middens, connecties uit te bouwen en daaruit nuttige kennis en informatie te halen.

 

De kracht van losse banden

Het verhaal over Paul Revere illustreert de kracht van zogenaamde ‘losse banden’. Hechte linken zijn banden die we hebben met familie, vrienden of een community. Eigen aan zo een kerngroep is dat de leden ervan veel gelijkenissen vertonen. Op die manier is vernieuwing moeilijk. Losse banden, daarentegen, zijn interpersoonlijke relaties met personen van buiten de kerngroep via dewelke je nieuwe inzichten krijgt of aan nieuwe middelen geraakt. Zonder losse banden had Adam Smith geen investeerders voor wat de Industriële Revolutie zou worden, had de Reformatie de boekdrukkunst niet als propagandaplatform gehad of waren sociale media geen succes.

 

Starten met een achterstand

Overheidsdiensten en business units hebben vaak veel weg van netwerken van personen met veel (professionele) gelijkenissen. Men ziet het nut van overleg met andere diensten of met externe stakeholders wel in. Maar dat verloopt vaak op een formele manier. Inzichten en conclusies uit die meetings nemen vaak nog meer tijd om tot resultaat te komen omdat het beslissingsproces hiërarchisch is. In een tijd waarin maatschappelijke uitdagingen complex zijn en verscheidene stakeholders betrokken zijn, starten dergelijke organisaties steevast met een achterstand.

 

Geassimileerde makelaars en geïntegreerde non-conformisten

Bedrijven en overheidsdiensten moeten daarom meer losse banden zien te leggen en benutten. In een hiërarchische organisatiestructuur (en vooral mindset) is dat echter heel moeilijk. Een hiërarchie is immers een type netwerk waarbij de linken binnen en die met buiten de organisatie, geconcentreerd samenkomen bij een beperkt aantal hubs. Die hubs zijn de managers of leidinggevenden. Hoe hoger in de hiërarchie, hoe meer linken er bij een persoon samenkomen. De organisatie(structuur) moet daarom toelaten dat er meerdere hubs zijn. Dat zijn personen die losse banden hebben met andere diensten, maar ook met externe stakeholders.

Verbinden gaat natuurlijk over meer dan organisatiemodellen. Bedrijven en overheden geven best ook een rol aan de Paul Revere’s van vandaag. Investeer daarom niet alleen in werknemers waarmee je professioneel de meeste gelijkenissen vertoont. Geef ook vertrouwen en bewegingsruimte aan non-conformisten die ingebed zijn in je organisatiestructuur en interne of externe ‘makelaars’ die je organisatiecultuur kennen en de banden weten aan te halen met zowel andere diensten als externe stakeholders en burgers. Er zijn immers twee type personen op deze wereld: zij die graven en zij die verbinden.

Voor dit artikel haalde ik inspiratie uit ‘The Square and the Tower’ van Niall Ferguson en ‘The Tipping Point’ van Malcolm Gladwell.

Maken we samen de stad?

Andere artikels

En wat is jouw ‘waai’?

In een kennismakingsgesprek kreeg ik van een andere ondernemer deze vraag voorgeschoteld. ‘Duurzaamheid’, antwoordde ik heel casual. Hij knikte begrijpend en we schakelden over op een ander onderwerp. Achteraf bedacht ik me dat dat wel het meest lullige...

Lees meer
Het belang van een sterke boodschap bij stadsontwikkeling

Het belang van een sterke boodschap bij stadsontwikkeling

‘Is Mechelen een stad die mensen tegen hun zin hebben zien verkleuren, of is Mechelen een stad waar iedereen zich goed voelt?’ Met deze retorische vraag in een interview in De Morgen (10.06.2017) illustreert burgemeester Bart Somers hoe een narratief onze kijk op de samenleving beïnvloedt en er ons doet naar handelen. Een sterk narratief helpt de realiteit te scheppen die je beoogt.

Gebruik van een sterke boodschap in stadsontwikkeling is cruciaal

Onze steden kennen vandaag grote veranderingen. Ze trachten elk antwoorden te bieden op de steeds sneller veranderende maatschappij. Ze rollen grote projecten uit die het leven in de stad aangenamer maken. Maar om die projecten te doen slagen heeft de stad steeds meer de steun nodig van haar kritische burgers en stakeholders. Acceptatie, participatie en eigenaarschap van burgers, vormen de sleutel tot het welslagen van stadsprojecten. Een sterk verhaal dat je beleid of je project ondersteunt, is daarbij cruciaal. Maar hoe kom je tot een sterk narratief? Onderstaande tips helpen je op weg.

Gebruik een boodschap die verbindt

Een eerste stap is het creëren van een narratief dat verbindt. Te vaak, zo getuigt Bart Somers in De Morgen, wordt over diversiteit gesproken als ‘een verhaal van verlies. Voor autochtone mensen die zich niet meer op hun gemak voelen, en voor allochtone mensen die er nooit bij horen. Mechelen kiest voor een verhaal dat inclusief is. Ongeacht de achtergrond of herkomst van elke Mechelaar, hij of zij is een burger die trots mag zijn op de stad. Elk bouwt mee aan de stad’.

Werk samen

Collaborare è Bologna

Bologna als city of commons

De Italiaanse stad Bologna toont hoe letterlijk samen-werken en samen bouwen aan de stad, stadsontwikkeling een boost geeft. Sinds Bologna er heeft voor gekozen om zich heruit te vinden als stad van commons, bruist de stad als nooit tevoren. Voor burgers is het sinds enkele jaren wettelijk mogelijk om de stad te cocreëren en ingrepen te doen in de openbare ruimte. Het stadsbestuur durft daarbij een stap terug te zetten en het initiatief over te laten aan haar bewoners. De nieuwe baseline van Bologna, ‘Collaborare è Bologna’ – ‘Samenwerken is Bologna’ is dus heel letterlijk te nemen.

Zorg dat je boodschap ook binnen je organisatie weerklank vindt

Samenwerken betekent niet alleen een partnerschap aangaan met je burgers of andere stakeholders. Ook de medewerkers binnen je organisatie moeten overtuigd zijn van je narratief. Ze zijn je eerste ambassadeurs. De stad Bologna heeft daar rekening mee gehouden in haar beleid als stad van de commons. Ze bereidt haar medewerkers voor op hun nieuwe rol, onder meer door het geven van opleidingen om burgerinitiatieven te faciliteren.

Ook dichter bij huis gaan stadsbesturen over tot een nieuwe aanpak vanuit de organisatie. ‘De Toekomst van Brugge’ is een geslaagd beleidsinitiatief dat stadsbestuur en inwoners met elkaar in dialoog brengt. ‘De Toekomst van Brugge’ heeft echter ook geleid tot interne veranderingen bij de stadsdiensten. Het veranderingstraject ‘NENO’ (Naar Een Nieuwe Organisatie) zorgde onder meer voor de oprichting van een strategische cel en een territoriaal georganiseerde coördinatiecel met sectorverantwoordelijken. Daarnaast is er een intern ‘lerend netwerk participatie’ dat collega’s betrekt bij de dialoog met bewoners.

Walk the talk

Een verhaal uitdragen is niet alleen een kwestie van ‘storytelling’, maar ook van ‘storydoing’. Een narratief gaat niet alleen over woorden. Je burgers en stakeholders stappen maar mee in je verhaal wanneer je er zelf naar handelt. Ze raken overtuigd doordat je het goede voorbeeld geeft of doordat ze ervaren dat jouw stadsproject voor hen positieve veranderingen met zich meebrengt. Tien jaar terug stonden de meeste inwoners van de Sloveense hoofdstad Ljubljana niet bepaald te springen voor een inperking van het autoverkeer. Ondertussen is hun stad een van de meest leefbare ter wereld door de creatie van een ruimte van tien hectare waar fietsers, wandelaars en openbaar vervoer baas zijn. Dit stadsproject verminderde de uitstoot van uitlaatgassen met zeventig procent. Nu is er wel  een hoge tevredenheid bij de inwoners.

Bici Bolzano

Enkele honderden kilometers naar het westen is er nog een mooi voorbeeld van hoe daden een narratief versterken. Het Italiaanse Bolzano ontpopte zich in een tiental jaar tot een ware fietsstad. Waar vele wannabe-fietssteden het vooral moeten hebben van ludieke of hippe campagnes, voert Bolzano de daad bij het woord. De stad beschikt over een uitgebreide en hoogstaande fietsinfrastructuur met bijhorende signalisatie die je verder enkel in Nederland en Scandinavië vindt.

 

Versterk je verhaal met een aantrekkelijke verpakking

Om je verhaal te ‘verankeren’ is het cruciaal om de beleving die je creëert, te vertalen naar sterke campagnes en een herkenbare visuele identiteit. Zo weerspiegelt het merk ‘Bici Bolzano’ de fijne fietservaring in de stad. De stad investeerde daarvoor in een sterk logo, campagnes naar verschillende doelgroepen zoals jongeren of bezoekers aan de stad en evenementen zoals fietscompetities tussen wijken of meerdaagse fietsfestivals.

Stadsmagazine Aalst

Stadsmagazine Aalst

Een geslaagde branding kan ook een belofte inhouden van wat zal komen. Neem bijvoorbeeld de nieuwe huisstijl van de stad Aalst: ‘Aalst vergeet je nooit’. Tot voor kort kon je je nog smalend over deze baseline uitlaten. De beloftevolle projecten die de stad sinds enkele jaren uittekent en de vele initiatieven van burgers en ondernemers geven deze slogan toch vooral een positieve connotatie. Het verbindt medewerkers van de stad met hun engagement voor hun stad en maakt de immer kritische en tegelijk chauvinistische Aalstenaar nog trotser op zijn stad. Deze positieve beeldvorming geeft elke betrokkene nog meer goesting om de ‘brand promise’ en het narratief waar te maken met concrete realisaties.

Conclusie: leading by example

Een sterk verhaal is een belangrijke hefboom om burgers te engageren en een bijdrage te laten leveren aan de ontwikkeling van hun stad. Naast de steden die ik in dit artikel vernoem, zijn er nog talloze andere die de kracht van een verhaal bewijzen. De kracht van een verhaal zit ‘em echter niet (enkel) in een catchy slogan en een mooie huisstijl. Willen we de kritische burger mee aan boord halen, dan vergt dit in de eerste plaat authenticiteit en eigen engagement van de initiatiefnemer van een stadsproject. M.a.w.: stadsbesturen, toon ons hoe onze steden er in de toekomst kunnen uitzien en vertel ons hoe we er samen een betere plek voor ons allen van kunnen maken.

Maken we samen de stad?

Andere artikels

En wat is jouw ‘waai’?

In een kennismakingsgesprek kreeg ik van een andere ondernemer deze vraag voorgeschoteld. ‘Duurzaamheid’, antwoordde ik heel casual. Hij knikte begrijpend en we schakelden over op een ander onderwerp. Achteraf bedacht ik me dat dat wel het meest lullige...

Lees meer
Van Thuis in de Stad tot Urban Connector: stadsmakers engageren en connecteren

Van Thuis in de Stad tot Urban Connector: stadsmakers engageren en connecteren

De kiemen van Urban Connector kan je terugbrengen tot mijn job bij het team stedenbeleid van de Vlaamse overheid. Ik ontdekte er mijn passie voor de stad en ontwikkelde er mijn voornemen om te helpen van steden duurzame en bruisende plekken te maken. Ik dook in boeiende thema’s zoals mobiliteit en stadsvernieuwing en bouwde met mijn collega’s ‘Thuis in de Stad’ uit tot een sterk merk.

 

Waarom dit zo een boeiende periode voor me was

Stadsatelier tijdens Trefdag Kind in de Stad

Stadsatelier tijdens Trefdag Kind in de Stad

Waar te beginnen? Ik kwam uit een hele andere ‘sector’ (nl. integratie en inburgering) en dook in een nieuwe wereld. Een wereld waar ik een boel nieuwe mensen leerde kennen. Vaak innovators die van onze steden en samenleving een betere plek willen maken. Ik ontmoette ontwerpers die met enkele schetsen een wijk kunnen herscheppen, mobiliteitsspecialisten die heel mijn kijk op ‘verplaatsen’ op zijn kop zette, doeners met weinig middelen maar met vele ideeën die erin slagen het leven van kinderen in de stad of hun wijkgenoten aangenamer te maken, ondernemers voor wie een betere samenleving de grootste winst betekent, ambtenaren die complexe stedelijke projecten opzetten en tot een goed einde brengen, …

 

Geknetter in het brein

Ik leerde elke dag bij. Het knetterde in mijn brein. Nu nog kijk ik met voldoening terug naar fijne momenten zoals:

  • de Trefdag Innovatie in de Stad in 2013 die ik in cocreatie met collega’s, experten en verenigingen vorm gaf en een template werd voor nog andere evenementen
  • mijn gesprekken met Tim Gill, Brits expert in kindvriendelijke steden en keynote speaker voor de Trefdag Kind in de Stad en bovenal een toegankelijk en aimabel man
  • mijn middaglunches of -wandelingen met collega Stefaan tijdens dewelke nieuwe ideeën in inzichten ontsproten
  • het lezen van ‘de file voorbij’ van Kris Peeters, een echte eye-opener over hoe we wonen, leven en ons verplaatsen
  • het samen voorbereiden van het stadsatelier ‘De burger in de stad. Samenhang tussen overheidsbeleid en burgerinitiatief’ met participatie-expert Koen Wynants. Toen was ie de duizendpoot van Antwerpen aan ‘t Woord, nu oprichter van Commons Lab Antwerpen.

 

Stadsmakers verbinden

Hoewel ik vrijwel dagelijks in contact kwam met mensen die op een of andere manier hun bijdrage leveren tot kwaliteitsvolle steden, kwamen ze naar mijn zin nog te weinig met elkaar in contact. De complexe realiteit van de stad vraagt niet alleen een gezamenlijke aanpak van academici, ondernemers, denkers en doeners, hypergeëngeerden, overheden, … maar ook een aanpak vanuit verschillende expertises. Door verhalen van sterke cases in binnen- en buitenland en nieuwe inzichten een platform te geven, heb ik actoren dichter bij elkaar weten te brengen en hen aangetoond wat de baten zijn van samen te werken en van elkaar te leren.

 

De ‘homo urbanus’ als vertrekpunt

De complexiteit van de stad heeft natuurlijk ook te maken met de ingewikkeldheid en eigenzinnigheid van de mens. En dat vraagt dus zowel een ‘user centered’ benadering van problemen en oplossingen als om inzichten in het gedrag van de ‘homo urbanus’. Iets wat toch nog veel beleidsmakers en stadsmakers over het hoofd zien. Elk fantastisch ontwerp, elke geweldige maatregel of gulle subsidie moet de toets met logische, onbewuste en banale keuzes van mensen doorstaan. En voor elke mens is er wel een reden om in de actie te gaan, of net niet.

 

Nudge

Daar is het waar ik met Urban Connector het verschil willen maken: mensen een duwtje geven om in actie te komen. Ik zoek naar incentives die mensen, bedrijven, overheden en organisaties aanzetten om zich te engageren voor een bruisende stad of een beloftevol project. Laat dit artikel alvast een duwtje (of een kleine por) zijn om kennis te maken en te ontdekken hoe we samen de stad kunnen maken.

Maken we samen de stad?

Andere artikels

En wat is jouw ‘waai’?

In een kennismakingsgesprek kreeg ik van een andere ondernemer deze vraag voorgeschoteld. ‘Duurzaamheid’, antwoordde ik heel casual. Hij knikte begrijpend en we schakelden over op een ander onderwerp. Achteraf bedacht ik me dat dat wel het meest lullige...

Lees meer
Mobiliteit in Kopenhagen bekeken door de bril van gedragsverandering

Mobiliteit in Kopenhagen bekeken door de bril van gedragsverandering

Over Kopenhagen als fietsvriendelijke stad is al heel wat inkt gevloeid. Door recent zelf de stad te bezoeken, heb ik pas echt ervaren waarom dit hét te volgen voorbeeld is op vlak van duurzame mobiliteit. Vooral de consequente keuzes en (duidelijke) communicatie tonen aan hoe het in ons land véél beter kan. In mijn bijdrage aan de bibliografie over dit onderwerp, duid ik het succes van Kopenhagen a.d.h.v. enkele beelden en het 7E-model voor gedragsverandering.

Informeren (Enlighten) en enthousiasmeren (Enthuse)

De grootste steden van Denemarken kennen een echte fietscultuur. Een die heel belangrijk blijkt te zijn. Zo vind je op visitcopenhagen.dk ‘bike city’ als eerste thema met heel wat uitleg over verkeersregels, info over fietsverhuurders, … .

Je krijgt als bezoeker en inwoner ook de belofte dat je met de fiets op hele leuke plaatsen komt met heel speciale fietsvoorzieningen. Een belofte die ook wordt waargemaakt.

Fietsen in Kopenhagen - visitcopenhagen

Fietsen in Kopenhagen – visitcopenhagen

Belonen en ontmoedigen (encourage)

Rejseplanen app

Rejseplanen app

De wagen gebruiken in Kopenhagen is geen goed idee. De aankoop van een auto wordt in Denemarken heel zwaar belast. Ook parkeren is extreem duur, tenzij je een elektrische wagen hebt. Andere vervoersmodi gebruiken is veel voordeliger. Je kan bv. goedkoop en comfortabel (incl. wifi) met de trein reizen, bussen en metro’s zijn er vrij stipt. Maar je bent er vaak het snelst met de fiets, iets wat de handige app voor openbaar vervoer ‘Rejseplanen’ je ook op attent maakt.

Faciliteren (enable)

De belangrijkste hefboom tot gedragsverandering: mensen mogelijk maken om steeds opnieuw een duurzame keuze te maken. En dat wordt je meteen gewaar in Kopenhagen: gaande van de uitgebreide fietsinfrastructuur (zowel in de buitenwijken als in de binnenstad), busbanen buiten het centrum die het busvervoer stipt houden, de superhandige app ‘Rejseplanen’, de app ‘Cycling Copenhagen’ met fietsroutes die je offline kan consulteren, talloze fietsverhuurders en fietswinkels, een grote autovrije zone, brede voetpaden, …

Fietsers in Kopenhagen

Fietsers in Kopenhagen

Het goede voorbeeld geven (exemplify) en je burgers betrekken (engage)

Koninklijke familie op de fiets in Kopenhagen

Koninklijke familie op de fiets in Kopenhagen

In Kopenhagen is fietsen niet alleen voor hipsters, sportievelingen of duurzaamheidskampioenen. Iedereen gaat er met de fiets, tot zelfs de koninklijke familie.

Ervaar het zelf (experience)

Last but not least: de ervaring is top! Zelf fietsen in Kopenhagen of de stad doorkruisen met het openbaar vervoer is heel eenvoudig en snel. De beste garantie om het opnieuw te doen. En het aan anderen door te vertellen. Zoals ik net deed.

Pin It on Pinterest