Een ondernemershub in het hart van Oudenaarde

Een ondernemershub in het hart van Oudenaarde

De oude, vervallen textielfabriek Saffre-frères in centrum Oudenaarde wordt de komende jaren een nieuwe groene en autoluwe woonwijk voor jong en oud. Het stadsbestuur en projectontwikkelaar Revive willen in de centrale hal van de fabriek ook plaats voor een ondernemershub. Via een cocreatietraject met verschillende stakeholders kwamen we tot een invulling van die ondernemershub.

 

Wonen, werken en ondernemen in het hart van Oudenaarde

De laatste jaren zien we in Vlaanderen dat bepaalde bedrijven graag een stek zoeken in het centrum van een stad. Ze willen een uitvalsbasis en werkomgeving in een bruisende omgeving die alvast veel aantrekkelijker is dan een kantoor op een bedrijventerrein.

Cocreatietraject ondernemershub Saffrou

Cocreatietraject ondernemershub Saffrou – Oudenaarde

De ondernemershub van Saffrou (de nieuwe naam voor Saffre-site) speelt in op die trend. Bijzonder aan dit project is dat het ook werkelijk centraal in een nieuwe woonwijk voor onder meer jonge gezinnen komt te liggen. In het cocreatietraject besteedden we daarom de nodig aandacht aan die omgeving. We lieten ondernemers, buurtbewoners, projectontwikkelaar en stadsbestuur bewust nadenken over de plaats van de ondernemershub in de wijk. Niet zozeer de fysieke plaats, maar eerder de rol die hij kan opnemen voor ondernemers, bewoners en de ganse bevolking van Oudenaarde.

We leerden enerzijds welk soort ondernemingen dat er graag een stek heeft en welke service ze nodig hebben. Daarnaast kregen we ook inzichten over welke gemeenschappelijke functies of voorzieningen de hub kan hebben voor zowel de bewoners van de wijk als de ondernemers.

Hoewel verschillende functies een wijk bruisender maken, is ook evenwicht tussen de verschillende belanghebbenden belangrijk. We namen daarom ook randvoorwaarden zoals mobiliteit en geluidsoverlast onder de loep en gaven we beleidsaanbevelingen aan het stadsbestuur.

 

Opdrachtgevers zijn eerste stakeholders

Saffre-frères fabriek OudenaardeTijdens een design thinking cocreatietraject komen er voortdurend nieuwe inzichten, vragen, drempels en opportuniteiten naar de oppervlakte. Ik vind het steeds een leuke uitdaging om in die chaos aan ideeën, feiten en indrukken, de doelstelling van het traject en de uitkomst ervan goed voor ogen te houden. Deze case, waarbij we van bij de start met het stadsbestuur en Revive twee initiatiefnemers hadden en waarbij en cours de route nog een derde bij kwam, heeft me geleerd dat het doel steeds voor iedereen scherp te houden, extra aandacht vraagt. We mochten er niet van uitgaan dat iedereen in de loop van het proces steeds dezelfde invulling gaf aan de einddoelstelling. De nieuwe inzichten die we uit de cocreatiesessies met ondernemers haalden, beïnvloedden immers ook het denken van elke initiatiefnemer. We hebben daarom extra tijd besteed aan procesbegeleiding van de opdrachtgevers en het afstemmen van hun visie op elkaar. Daarmee zette deze opdracht een belangrijk uitgangspunt van designthinking op scherp: je opdrachtgever is je eerste stakeholder.

* Ik werkte voor deze opdracht samen met Adriaan van Saflot Creative Consultants en Ministry of Makers.

 

De inzichten van je stakeholders leren kennen?

Andere referenties

Projectsubsidie stadsvernieuwing voor de Normaalschoolsite in Lier

Stad Lier realiseert de volgende jaren in samenwerking met projectontwikkelaar Caaap een stadsvernieuwingsproject op de site van de vroegere Normaalschool. De stad ontvangt daarvoor van de Vlaamse regering een projectsubsidie voor stadsvernieuwing. Ik...

Projectsubsidie stadsvernieuwing voor de Normaalschoolsite in Lier

Projectsubsidie stadsvernieuwing voor de Normaalschoolsite in Lier

Stad Lier realiseert de volgende jaren in samenwerking met projectontwikkelaar Caaap een stadsvernieuwingsproject op de site van de vroegere Normaalschool. De stad ontvangt daarvoor van de Vlaamse regering een projectsubsidie voor stadsvernieuwing. Ik ondersteunde de Stad Lier met het finaliseren van de subsidieaanvraag.

Instituut vraagt om nieuwe invulling

In 2012 besliste de Artesis Hogeschool om haar campus in Lier, de historische ‘Normaalschool’, te sluiten en over te brengen naar Antwerpen. Een van de redenen daarvoor, is de hoge kost in onderhoud en gebruik van dit historisch erfgoed. Met deze beslissing verdween niet alleen een instituut uit Lier, maar dreigde het hart van de stad ook aan dynamiek in te boeten. De herontwikkeling van de site van de ‘Normaalschool’ werd daarmee cruciaal voor het (toekomstige) karakter van de stad en haar aantrekkelijkheid voor bewoners, bezoekers en ondernemers.

 

Woonwijk met ondernemershub

De stad Lier heeft nu concrete plannen om i.s.m. projectontwikkelaar Caaap (vroeger Vanhaerents Development) van de site van de Normaalschool een nieuwe, dynamische wijk te maken. De ontwikkeling heeft daarom zowel aandacht voor wonen als voor publieke functies. Zo komt er in de gebouwen van de Normaalschool een ondernemershub voor (creatieve) ondernemers en krijgt de wijk een buurtpaviljoen die publiek toegankelijk is. Daarnaast voorzien Stad Lier en Caaap doorwaadbare assen voor voetgangers en fietsers waardoor de nieuwe wijk verbonden wordt met de aangrenzende wijken en het stadscentrum.

 

Eerste projectsubsidie stadsvernieuwing voor Lier

Met dit project ontvangt de Stad Lier voor het eerst een projectsubsidie stadsvernieuwing. Ik ondersteunde de stad (en stadsontwikkelingsbedrijf SOLag) en Caaap met het finaliseren van de subsidieaanvraag. Met dit budget hebben de initiatiefnemers een extra hefboom om de voorziene publieke functies te realiseren.

Ondersteuning nodig voor strategie of subsidie?

Andere projecten

Overheden hebben baat bij minder gravers en meer verbinders

Overheden hebben baat bij minder gravers en meer verbinders

Overheden en bedrijven voeren steeds vaker complexe projecten uit waarbij ze diverse interne en externe stakeholders willen betrekken. In mijn adviesopdrachten merk ik dat in de ‘denkfase’ van een nieuw project daarom een aantal teams vanuit verschillende disciplines meedenken aan een plan van aanpak. Maar in de ‘doe-fase’ plooit ieder team zich terug op zijn kerntaken en dreigt het ganse project terug te vallen op de dienst die de ‘lead’ heeft. Met het inzetten van minder ‘gravers’ en met meer verbinders, heeft de uitvoeringsfase van een multidisciplinair project meer kans op slagen.

 

You dig

In de western ‘The Good, the Bad and the Ugly’ zoeken Clint Eastwood en Eli Wallach naar een gestolen kist goud, begraven op een soldatenkerkhof. In een van de laatste scènes van de film, houdt Eastwood Wallach onder schot en zegt: ‘You see, in this world there’s two kinds of people, my friend. Those with loaded guns. And those who dig. You dig’.

Deze klassieke scène uit de cinema is een mooi metafoor voor de hiërarchische structuur van vele overheidsdiensten en bedrijven. Enkele personen hebben de leiding, al de anderen voeren uit. Het bevel ‘you dig’, vind ik ook zo treffend omdat de ‘uitvoerders’ vaak enkel dieper graven binnen hun materie en binnen de afbakening van hun bevoegdheid. Hiërarchische organisatiestructuren maken het moeilijk om opzij te kijken en verbinding te maken met de ‘gravers’ in andere kokers. Ze zetten daarmee ook een rem op innovatie.

 

De (in)efficiëntie van hiërarchie

Uiteraard hebben hiërarchische organisaties hun bestaansreden en nut. Al vroeg in onze menselijke geschiedenis moest er iemand beslissen wanneer er genoeg vruchten waren verzameld en het tijd was om te jagen. Iemand had de taak om de opbrengsten van de jacht te verdelen, ook onder de zwakkeren in de groep. In moderne organisaties moet er iemand zijn die beslist waarvoor het budget zal ingezet worden en wat de taakverdeling onder het personeel is.

Hiërarchie heeft ook zijn nadelen. Historisch ging dat vaak over de verkwisting van middelen om in de wensen van de man aan de top te voorzien of voor het tevreden houden van zijn medestanders. In een moderne organisatie gaat het om hoge kosten aan overhead, langdurige en ingewikkelde overlegprocessen met andere diensten, rapporteringen en weinig innovatie.

 

De ‘Midnight run’ van Paul Revere

In de nacht van 18 april 1775 vertrok de zilversmid Paul Revere uit Boston om in de omliggende dorpen het bericht te verspreiden dat het Britse leger op weg was om Samuel Adams en John Hancock, twee rebellenleiders van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, te arresteren. Revere legde slechts 13 mijl in de omtrek van Boston af. Tegen 5 uur ‘s ochtends was zijn bericht nochtans van mond-tot-mond 40 mijl verderop verspreid. Revere slaagde daarin omdat hij een ‘verbinder’ en een ‘maven’ (iemand die steeds op de proppen komt met nieuwe informatie) was. Ondanks dat het Boston van de 18e eeuw een hiërarchisch sociale structuur had, slaagde hij erin als ‘simpele’ ambachtsman om in verschillende sociale, professionele en economische middens, connecties uit te bouwen en daaruit nuttige kennis en informatie te halen.

 

De kracht van losse banden

Het verhaal over Paul Revere illustreert de kracht van zogenaamde ‘losse banden’. Hechte linken zijn banden die we hebben met familie, vrienden of een community. Eigen aan zo een kerngroep is dat de leden ervan veel gelijkenissen vertonen. Op die manier is vernieuwing moeilijk. Losse banden, daarentegen, zijn interpersoonlijke relaties met personen van buiten de kerngroep via dewelke je nieuwe inzichten krijgt of aan nieuwe middelen geraakt. Zonder losse banden had Adam Smith geen investeerders voor wat de Industriële Revolutie zou worden, had de Reformatie de boekdrukkunst niet als propagandaplatform gehad of waren sociale media geen succes.

 

Starten met een achterstand

Overheidsdiensten en business units hebben vaak veel weg van netwerken van personen met veel (professionele) gelijkenissen. Men ziet het nut van overleg met andere diensten of met externe stakeholders wel in. Maar dat verloopt vaak op een formele manier. Inzichten en conclusies uit die meetings nemen vaak nog meer tijd om tot resultaat te komen omdat het beslissingsproces hiërarchisch is. In een tijd waarin maatschappelijke uitdagingen complex zijn en verscheidene stakeholders betrokken zijn, starten dergelijke organisaties steevast met een achterstand.

 

Geassimileerde makelaars en geïntegreerde non-conformisten

Bedrijven en overheidsdiensten moeten daarom meer losse banden zien te leggen en benutten. In een hiërarchische organisatiestructuur (en vooral mindset) is dat echter heel moeilijk. Een hiërarchie is immers een type netwerk waarbij de linken binnen en die met buiten de organisatie, geconcentreerd samenkomen bij een beperkt aantal hubs. Die hubs zijn de managers of leidinggevenden. Hoe hoger in de hiërarchie, hoe meer linken er bij een persoon samenkomen. De organisatie(structuur) moet daarom toelaten dat er meerdere hubs zijn. Dat zijn personen die losse banden hebben met andere diensten, maar ook met externe stakeholders.

Verbinden gaat natuurlijk over meer dan organisatiemodellen. Bedrijven en overheden geven best ook een rol aan de Paul Revere’s van vandaag. Investeer daarom niet alleen in werknemers waarmee je professioneel de meeste gelijkenissen vertoont. Geef ook vertrouwen en bewegingsruimte aan non-conformisten die ingebed zijn in je organisatiestructuur en interne of externe ‘makelaars’ die je organisatiecultuur kennen en de banden weten aan te halen met zowel andere diensten als externe stakeholders en burgers. Er zijn immers twee type personen op deze wereld: zij die graven en zij die verbinden.

Voor dit artikel haalde ik inspiratie uit ‘The Square and the Tower’ van Niall Ferguson en ‘The Tipping Point’ van Malcolm Gladwell.

Maken we samen de stad?

Andere artikels

“Die ontwerpers en ontwikkelaars mogen hier op inleefstage komen”

“Die ontwerpers en ontwikkelaars mogen hier op inleefstage komen”

Jozef, 84 jaar, had me net samen met zijn leeftijdsgenoten Emmy en Albert, zijn ideale wijk voorgesteld. Die wijk bestaat jammer genoeg (nog) niet. Maar deze actieve senioren hadden ze alvast tijdens de Bootcamp ‘Wonen & Zorg’ ontworpen in Lego. Ik was onder de indruk. Ze gaven daarmee heel wat kennis en inzichten door die je enkel als ‘ervaringsdeskundige’ weet te vertellen. Het was een mooie illustratie van de meerwaarde van de juiste cocreatie-aanpak.

 

Wat is een alternatieve vorm van assistentiewonen?

30 personen – de jongste 21, de oudste 84 – beantwoordden deze vraag tijdens de tweedaagse Bootcamp ‘Wonen & Zorg’ op 20 en 27 april in Aalst. Ondernemers, ambtenaren, medewerkers uit de zorgsector en senioren gaven ideeën, oplossingen en inzichten over welke buurt ouderen toelaat (langer) zelfstandig te wonen. Een wijk die niet alleen praktisch of functioneel is, maar ook een waar ze graag willen wonen. Een wijk die een (nieuwe) thuis is wanneer senioren assistentie of zorg behoeven.

 

User centered design

De Stad Aalst en Ministry of Makers, de opdrachtgevers van de Bootcamp, wilden de deelnemers ook laten kennismaken met werken via Design Thinking. Op die manier konden de deelnemers onder meer de meerwaarde leren kennen van ‘user centered design’ en leren hoe ze innoverend kunnen zijn binnen een regelgevend kader . Voordat we de deelnemers lieten ontwerpen in Lego, hebben we hen daarom een hele dag ondergedompeld in de wereld van (zorgbehoevende) senioren. We deelden met hen bv. inzichten uit wetenschappelijk onderzoek en lieten hen kennismaken met de zorgen, noden en wensen van (persona’s) van ouderen.

Inleven in leefwereld senioren

Inleven in leefwereld senioren

 

 

‘Senioren zijn ook mensen’

De deelnemers aan de Bootcamp leerden dat heel wat praktische, dagdagelijkse taken niet evident zijn wanneer je zorgbehoevend bent. Denken we maar aan koken, boodschappen doen, wassen, poetsen, de trap nemen, … Een eye-opener was echter dat dagdagelijkse handelingen vaak in functie staan van emotionele en sociale behoeften. Ouder worden belet niet dat je je wil mooi maken voor een feestje of een uitje. Eten doen we liefst in gezelschap van vrienden, familie of onze (nieuwe) partner. Het zijn de emotionele en sociale behoeften, een gevoel van waardigheid, die ons mens doen voelen.

 

4 assistentiewijken, 4 invalshoeken

We sloten de Bootcamp af met vier assistentiewijken. Ondernemers, burgers/senioren, ambtenaren en medewekers uit de zorgsector presenteerden aan het einde van de Bootcamp wat volgens hen dé ideale assistentiewijk is. Daarin zaten veel gelijkenissen zoals een diverse, actieve buurt, met veel groen, woningen aangepast aan zorgbehoevenden, verdicht, een vlotte verbinding met het stadscentrum, basisvoorzieningen in de wijk, een aanspreekpersoon, …

Maar niet alleen de gelijkenissen waren interessant. Ook de verschillen. En die zaten onder meer in hoe elke groep naar de assistentiewijk kijkt:

Deelnemers Bootcamp ontwerpen in Lego

Deelnemers Bootcamp ontwerpen in Lego

  • De ambtenaren zagen de overheid als de sokkel die de samenleving of assistentiewijk draagt. De overheid faciliteert daarmee een kwalitatieve en warme buurt.
  • Deelnemers uit de zorgsector willen een flexibel aanbod aan dienstverlening kunnen aanbieden. De organisatorische component van zorg is voor hen een aandachtspunt.
  • Ondernemers willen gaan voor ‘assistentie on demand’. Het is een individuele invulling van assistentie waarbij elke wijkbewoner bij een centraal aanspreekpersoon of -instantie, ondersteund door technologie, zijn of haar vraag kan stellen.
  • Senioren hameren vooral op langer zelfstandig te kunnen leven en op waardigheid. Ze zijn volwaardige personen met ook hun sociale en emotionele noden. Ze zijn meer dan de opsomming van hun zorgnoden.

Aan de slag met nieuwe inzichten

We kijken terug op een geslaagd cocreatieproces. Het was zeer aangenaam om met senioren te werken en om hun inzichten te confronteren met die van de andere deelnemers. Zoals Adriaan het stelt: ‘het is indrukwekkend hoe helder senioren kunnen duiden wat ze willen en nodig hebben’. Dat bewijst het belang van cocreatie en een ‘user centered’ benadering. Verschillende deelnemers aan de Bootcamp gaven alleszins al aan met de inzichten uit het cocreatietraject aan de slag te gaan. En ook ik ga dat doen. Ik probeer een betere buur en helpende hand te zijn voor de 92-jarige buurvrouw.

Voor deze opdracht heb ik samengewerkt met Adriaan van Saflot Creative Consultants.

Wil je de inzichten en kennis van je stakeholders benutten?

Andere projecten

Aalsterse jongeren realiseren straffe stadsprojecten met steun IDCity

Aalsterse jongeren realiseren straffe stadsprojecten met steun IDCity

IDCity: ‘Your City, Your Ideas’, een project van de Koning Boudewijnstichting, biedt jongeren tussen 16 en 25 de kans om hun verbindende idee voor hun stad in werkelijkheid om te zetten. In Aalst krijgen vier projecten daarvoor steun uit het Prins Filipsfonds. Die ondersteuning bestaat uit een bedrag van 5.000 euro en coaching door Silvia Derom en Urban Connector.

Leren sociaal ondernemen

Aalst is na Kortrijk, Verviers, Schaarbeek, Charleroi en Mechelen, de zesde stad waar jongeren met steun van de Koning Boudewijnstichting aan de slag kunnen als sociaal ondernemer. In totaal werden 18 projecten ingediend. De kandidaten verkozen zelf de volgende projecten als winnaars van de Aalsterse editie:

  • De Bib: een broeiplaats en creatieve hub voor jong opkomend talent in de oude bibliotheek van Aalst die binnenkort komt leeg te staan.
  • Naturnus: een initiatief waarbij boven een ecologische, bio-afbreekbare urne een boom wordt geplant, gekozen door de overledene. Het is tegelijk een troostrijk levend monument waar nabestaanden elkaar kunnen ontmoeten en dat groen brengt in de stad.
  • Padvinder : een mobiliteitsapp voor mensen met een beperking. Die doet meer dan je traject plannen. Bij problemen stelt die oplossingen voor op basis van realtime data van openbaarvervoersmaatschappijen. De thuisblijvers blijven via tracking op de hoogte of kunnen te hulp worden geroepen.
  • SMMT (Senioren mee met technologie) laat senioren kennismaken met nieuwe technologieën en helpt hen, met hulp van jongeren, op weg. SMMT wil workshops organiseren, en ook naar woonzorgcentra trekken.

Persoonlijke en inhoudelijke coaching

De laureaten krijgen een jaar lang zowel inhoudelijke als persoonlijke coaching bij het realiseren van hun traject. Urban Connector staat in voor de inhoudelijke coaching waarbij netwerken, ‘user centered’ research en projectmanagement centraal staan.

Voor die jongeren is dit project daarmee ook een persoonlijk groeitraject. Los van de realisatie van het project, zullen ze groeien door initiatief te nemen, te leren omgaan met tegenslagen, te netwerken en onderhandelen, omgaan met druk en verwachtingen,  … Hiervoor zijn ze met Silvia Derom die hen hierop coacht.

Maken we samen de stad?

Andere projecten

Pin It on Pinterest